We beginnen met de ribbetjes. Doe alle ingrediënten voor de spareribs, behalve het vlees, in een grote (soep)pan en brengt dit aan de kook.
Was de spareribs goed af onder de kraan om eventuele botsplinters
kwijt te raken. Verwijder het vlies aan de onderkant van de spareribs.
Daardoor kan de marinade beter intrekken. Doe de spareribs in de marinade en laat ze 60 tot 75 minuten koken.
Voor de saus: voeg alle fijngesneden ingrediënten toe aan de mayonaise en voeg een klein beetje citroensap of 1 à 2 eetlepels augurkennat toe. Maak de saus af met wat peper.
Verwarm de oven voor op 180 ˚C. Haal 2 soeplepels marinade uit de grote pan en doe dit in een pannetje. Voeg hier 2 eetlepels bruine suiker aan toe en laat het inkoken.
Als de spareribs gaar zijn, haal ze uit de pan en leg ze op een bakplaat. Smeer ze licht in met de dikke saus die je net gemaakt hebt.
Bak het vlees 5 tot 10 minuten in de oven, zodat het een knapperig
korstje krijgt. Let op! De marinade verbrandt gemakkelijk (dit komt door
de hoeveelheid suiker). Houd je spareribs dus goed in de gaten zodat ze
niet verbranden in de laatste paar minuten.